Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Teksten flora- en faunawet

Auteurs: Boerema

Jongbloed prijs: € 40,00
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 276 bladzijden | Nederlands
Sdu Uitgevers | 2010e editie | Verschenen in 2009
ISBN-13: 9789012382403 | ISBN-10: 9012382408 | PDF Inhoudsopgave



Nieuwe editie

Er is van dit boek een recentere editie bekend.


Samenvatting

Deze tekstuitgave bevat de nationale regelgeving ter bescherming van planten en dieren. Daarvoor zijn de teksten gebruikt zoals deze golden per 1 augustus 2009.

Ten behoeve van de toegankelijkheid is bij ieder artikel een kantnoot opgenomen, waarmee het onderwerp van het artikel in één of enkele woorden wordt aangegeven. Tevens is een trefwoordenregister opgenomen.

Serie


Rubriek / NUR

Staats- & Bestuursrecht

Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Datum Titel
25 mei Organische Europese Democratie 0 0 0 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Flora en Fauna

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten
  • Besluit Aanwijzing BOA Noord-Holland
  • Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
  • Besluit beheer en schadebestrijding dieren
  • Besluit BOA AID 2005
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
27-04-2012 BW4122 Inkomstenbelasting (artikel 3.14, lid 1, aanhef en letter d, en lid 4, letter a, Wet IB 2001); omkering bewijslast; hennepkwekerij; geen rechtsregel verplichtte de Inspecteur ertoe zich bij zijn schatting aan te sluiten bij het oordeel van de rechter in de ontnemingsprocedure; de omstandigheid dat de rechter in de ontnemingsprocedure tot een bepaalde schatting van het voordeel is gekomen, brengt voorts nog niet mee dat belanghebbende daarmee heeft doen blijken dat de schatting van de inkomsten op een hoger bedrag onjuist is.
20-04-2012 BV3436 Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde.
17-04-2012 BV9064 Heling en verduistering van 'credits'. In zijn nadere bewijsoverweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de term 'credit' moet worden opgevat in de economische betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt toegekend, te weten als gebruikseenheid om de daarmee aangeduide vorm van telecommunicatiedienstverlening te kunnen kwalificeren en in rekening te kunnen brengen. Het oordeel van het Hof dat, gelet op de functie die een 'credit' in deze economische betekenis in het maatschappelijk verkeer vervult, kan worden aangemerkt als een goed dat vatbaar is voor toe-eigening en dus voorwerp kan zijn van verduistering in de zin van art. 321 Sr en van heling als bedoeld in de artt. 416bis en 417 Sr geeft niet blijk van en onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR LJN BQ6575). Het oordeel van het Hof dat X zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 321 Sr (vgl. HR LJN ZC8253 NJ 1990/256).
17-04-2012 BV9062 1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confrontatie heeft gezocht en dat dit in de weg staat aan het slagen van het beroep op noodweer niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd; dat wordt niet anders doordat het hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat X die dag een mes bij zich. Ad 2. Ambtshalve: in aanmerking genomen dat de benadeelde partij in hoger beroep haar vordering heeft gehandhaafd, was het Hof o.g.v. art. 335 en 361.4 jo art. 415 Sv gehouden op die vordering een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven.
17-04-2012 BW1481 Gegronde bewijsklacht witwassen. HR herhaalt relevante passage uit HR LJN BM4440. Door te oordelen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan witwassen als bedoeld in art. 420bis Sr, heeft het Hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang. Indien het Hof heeft geoordeeld dat reeds sprake is van " witwassen" in de zin van art. 420bis Sr als de verdachte geldbedragen voorhanden heeft die afkomstig zijn uit enig mede door hemzelf begaan misdrijf, heeft het gelet op HR LJN BM4440 blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof daaraan niet heeft voorbijgezien, is zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd, aangezien het Hof niet heeft vastgesteld dat het voorhanden hebben van die geldbedragen heeft bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen.